"Als je maar niet thuis komt met een Joegoslaaf" zei mijn pa vlak voordat ik naar Kosovo vertrok, drie weken nadat het Balkan land eenzijdig haar onafhankelijkheid had uitgeroepen. Niet dat ik dat van plan was. Verre van. En technisch gezien heb ik naar zijn waarschuwing geluisterd: Albanezen zijn immers geen deel van het Slavische volk, in tegenstelling tot de meeste andere Balkan Volken (Bosniërs, Kroaten, Macedoniërs, Serviërs, etc.). Kosovo. Hart van de Balkan. Bezongen in liederen, beschreven in heldendichten en epische verhalen, waar oost en west samenkomen, frontier van het voormalig Ottomaanse rijk, vruchtbaar land, waarvoor meer volken hun bloed hebben vergoten dan er zandkorrels liggen op het strand. Bij wijze van spreke dan.
Onder het genot van een gin-tonic, omgeven door een dansende mensenmassa op de opzwepende muziek van de rockband "Troja", die met zijn politiek-getinte en rebelse lyrics de Kosovaarse jeugd een eye-opener en nieuw perspectief biedt, raakte ik bedwelmd door de gepassioneerde Balkan beats. Wat een schril contrast met de troosteloze, vervallen, grijs-grauwe flatgebouwen die als rotte tanden in een verwaarloosd gebit aan de noordkant van de Ibar staan. De gehavende, eens machtige rivier, die als slaaf van de nieuwe dam door de Kosovaarse stad Mitrovica kruipt weerspiegelt het gebrek aan alles: gebrek aan werk, goede huisvesting, geld, gezondheid, en ga zo maar door. Mitrovica. Kosovska Mitrovica. Titova Mitrovica. De verdeelde stad. Veel van haar namen weerspiegelen het verval en de moedeloosheid die na de dood van Tito in 1981 zijn intrede deed. Onderdrukking, het sluiten van de Trepca complexen, massa ontslagen, een oorlog, uitbuiting en wanbestuur onder de banier van de VN (lees:UNMIK) later is de stad niet meer dan een schaduw van haar vroegere zelf. Voormalig Rock capital van Joegoslavië. Economisch sterk door de mijnbouw en industrie van Trepca. Nu als Eindhoven zonder Philips. In Limburg kunnen ze zich er wellicht iets van voorstellen.
Maar uit de as van wanhoop en oorlog is een jonge maatschappij opgestaan, die Europa als haar toekomst erkent. Misschien wel de meest pro-Westerse, en met name pro-Amerikaanse, Moslimgemeenschap ter wereld werkt hier aan een toekomst waaraan zij zelf invulling geven. Baklava, Coca Cola, Turkse koffie, Russische thee, Chinese import artikelen, Duitse bruiden, Mercedes-Benz, kitsch-kerstbomen, en talloze autowasstraten: een onbeperkt palet aan kleuren staat ter beschikking van de Kosovaarse jeugd. Het gros van de bevolking is tussen de 18 en 30 jaar, en dat wordt weerspiegeld in het straatbeeld: Pristina is jong, modern, met een bruisend nachtleven, kroegjes in alle soorten en maten, en universiteiten die als paddestoelen uit de grond schieten.
Gin-tonic was het helemaal in de zomer van 2008. Het Oude Huis, "Old House", een oud huis dat stijlvol was omgetoverd tot binnen- en buitenkroeg, drukbezocht door de locals, gemeden door de (meeste) internationals, kloppend hart van het nachtleven in Mitrovica. Daar raakte ik verslingerd aan de Balkan, de mensen, het eten, de goede koffie, en ja, af en toe zelfs de rakia. En daar viel ik als een blok voor mijn destijds goede vriend en huidige echtgenoot.